Home

Het Amsterdamse Bos is aan het wakker worden. Overal zweemt jong groen tussen bruin hout en donkere aarde. Op kale plekken waar de winter slechts knoestige resten en dorre hoopjes achterliet, herrijst de plantenweelde van de vorige zomer. Ik snap eigenlijk niet dat zoiets kan, waar al die biomassa vandaan komt, maar ik word er wel heel blij van.
De rest van het bos ook. Alles fluit, flirt en vecht. Ik zie een gans onder water duiken en weer naar de oppervlakte schieten als een losgelaten voetbal. Kieviten scheren als stuntvliegers over de weilanden, zwenkend van de ene vleugel naar de andere.
En ik zie een eekhoorntje. Hij hupst over een omgevallen stam, met die gestresste hyperactiviteit die knaagdieren zo eigen is. Manisch alert, strak als een elastiekje, om in een seconde de boom in te kunnen schieten.

eekhoornDe eekhoorn is op zich geen lentebode zoals die doorgeslagen vogels dat wel zijn. In de winter zijn ze er ook, maar dan slapen ze zo veel mogelijk, en komen ze af en toe nootjes halen die ze in betere tijden begraven hebben. Nee, deze eekhoorn wijst op een andere cyclus van opkomst en neergang, een veel langere cyclus dan die van de seizoenen.
Toen ik klein was, noemden we het Amsterdamse Bos het Eekhoorntjesbos. Je zag ze overal. Ze renden verticaal langs de stammen, ze zaten elkaar achterna op het tapijt van dennennaalden op de bosbodem. En je kon ze voeren. We namen pinda’s mee, in de dop, en ze klommen zo je broekspijp in om die met hun tandjes aan te pakken. Soms kwamen ze zelfs tot je schouder. Hun nageltjes krasten op je spijkerbroek en vaak bleven ze met hun buit even zitten op de punt van je schoen. In die tijd, we hebben het over de jaren 80, aten ook de koolmeesjes en tortelduiven uit je hand. Je kon het hele bos voeren, leek het wel.

‘Verderop hebben ze wisenten’, wist mijn oma. We gingen er nooit naartoe, daar had ze de benen niet meer voor. Ik staarde over de weide naar de vage verte die ze aanwees, en fantaseerde welke onontdekte beesten daar moesten leven. Het bos was oneindig groot en mysterieus en de eekhoorns waren er altijd.

Die tijden zijn voorbij. Jaren geleden was ik voor het eerst in lange tijd weer op het ‘Eekhoornlaantje’ (ingang Amstelveen, voorbij de brug waar karpers zwommen naar rechts, voor de volgende brug naar links richting de naaldbomen, je blijkt er in een mum van tijd naartoe te kunnen fietsen). De bomen waren leeg. Er sprong niets over de takken. Er lag een leeg bierblikje op het bankje, achter een boom een slinger wc-papier. In de verte riep een ekster. Niets wat herinnerde aan de koortsachtige drukte van de hotspot uit mijn jeugd.
De populatie is een fractie van wat het ooit was, leerde ik later. Naar verluidt heeft een gemeen virus huisgehouden in het eekhoornbestand. Ik zie nog met enige regelmaat eekhoorns, maar die waarnemingen zijn wel ‘bijzonder’ geworden. Waarnemingen die je thuis meldt, wat je niet doet als je bijvoorbeeld een konijn hebt gezien. Waarnemingen die pas echt laten beseffen dat het niet vanzelfsprekend is dat wat er vroeger was, er later ook nog zal zijn.

Wat een prachtige, verrukkelijke ontdekking was het dan ook om onlangs boven de Amstelveenseweg een smalle, groene brug te zien zweven. Gespannen tussen de bomen aan weerskanten van de weg, de auto’s stuiven er onderdoor – dat kan alleen maar een eekhoorntjesbrug zijn. Een pad tussen de boomkruinen dat je kunt volgen vanaf het Amsterdamse Bos helemaal naar het Amstelpark. Waar bomen staan, zoals in de Buitenveldertse parken, moeten de eekhoorntjes het zelf uitzoeken, maar boven bijvoorbeeld lijn 5 op de Buitenveldertselaan en de drukke Europaboulevard worden ze een handje geholpen.

Zo kunnen de Amsterdamse Bos-eekhoorntjes en de Amstelparkeekhoorntjes elkaar ontmoeten. Uitwisseling tussen de populaties, groter leefgebied. De eekhoorns van Amsterdam schijnen er weer een beetje bovenop te krabbelen. Zo’n eekhoorntjesbrug lijkt een kleine moeite, maar ik vind dat groots dat mensen zich daarvoor hebben ingespannen. Ik hoop dat het op de brug net zo druk en levendig gaat worden als vroeger in het Eekhoorntjeslaantje.

Tekst: Paul Q. de Vries
Beeld: Rick de Vries

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s